
Vandaag had ik de kans om, tussen de oefensessie voor de reünie tour van Brainbox, een klein interview af te nemen over hoe hij zijn muziek creëert. Een kort, maar zeker leerzaam interview.
Kaz Lux is de zanger van Brainbox waar Jan Akkerman (ondertussen gestopt) en Pierre van der Linden deel van uitmaakten. In de jaren zeventig stonden zij op een van de eerste edities van Pinkpop en waren ze in Nederland en daarbuiten een regelrechte hit. Later starte Kaz Lux zijn solocarriere wat resulteerde in verschillende albums waarvan ik persoonlijk het album Osmosis een meesterwerk vind.
Hoe bent u precies bij Brainbox gekomen?
In 1968 had ik studiodagen voor mijn eerste single. Toen waren Jan Akkerman en Pierre van der Linden de studiomuzikanten. Uiteindelijk is dat niks geworden, maar een maand of drie later gingen zij een nieuwe band oprichten. Ze wisten in Brabant nog een zanger en hebben belden ze mij. Middagje repeteren en het zat meteen goed.
Hoe schrijft u nummers?
Die ontstaan meestal uit een ideetje dat ik op de gitaar ontdek. Dan zit je een beetje te mediteren op dat ding en dan zonder te kijken. Ineens hoor je iets en denk je van: 'Wat doe ik hier?' Je probeert het op te schrijven en iedere dag komt er wel iets bij. Je hebt dus eigenlijk een soort hoek op de gitaar gevonden. Na een week is het een compleet liedje geworden en moet er wat tekst bij. Baspartijtje en de hele reut en ben je weer een maand verder. Vroeger werkte ik snel. Je kunt er beter iedere dag iets aan toevoegen zodat je aan het einde meer tevreden bent dan wanneer het allemaal snel gaat.
Schrijft u ook alles uit?
Nee. Ik heb een eigen manier van akkoorden opschrijven of ik noteer het op een minidisk recordertje. Eerst moet ik dat ideetje hebben wat leuk klinkt en apart is. Daar ga je van alles aan toevoegen. De bas is daarbij heel belangrijk voor de harmonie.
Waar haalt u inspiratie voor de teksten vandaan?
Laatste tijd heb ik weinig inspiratie, omdat je zo volgegooid wordt met allerlei informatie. Soms is het iets dat ik heb gezien, iets uit de krant of iets wat je op tv ziet. Ik kan me nog herinneren dat ik in de jaren negentig een tekst heb gemaakt over een religieuze sekte die in elkaar werd getimmerd in Kiev en dat sprak met toen aan dus heb ik daar een liedje over gemaakt. Over mijn moeder in de dagen dat het niet meer zo best met haar ging of een meisje dat in een weekend verkracht is in Birmingham. Dat zijn allemaal van die dingen.
Wat ook kan. Als je helemaal niet weet wat je moet schrijven dan pak je alle cliches uit de lovesongs en probeer je daar iets mee te doen. Dat heb ik ook af en toe gedaan. In het refrein schrijf je dan ook van: 'I know it's all cliche, but it's the only way i can say it.' Of zoiets.
Hebben jullie wel eens commercieel gekeken naar jullie muziek en de muziek daarop aangepast?
In die zin ben ik een dief van mijn eigen portemonnee geweest. Altijd. Als je eenmaal bezig bent met een stuk dan denk je echt niet aan het publiek of wat commerciële waarde zal hebben.
Is er verschil tussen nu en toen?
Je vocabulaire is wat breder geworden wat de engelse taal betreft en vroeger was je meer met optredens bezig. Dat hield in dat je vrij korte teksten had. Ik ben eigenlijk pas langere teksten gaan maken na Brainbox. Ik nam er meer de tijd voor en soms wat meer inspiratie op de een of andere manier. Het werden hele verhalen waardoor het teksten maken ook leuker was dan voor die tijd. Eerst waren het vooral kreten en korte zinnen. Daarna werden het hele verhalen die je kon declameren. Het hoefde niet altijd gezongen te worden.
Brainbox tijdens Pinkpop 1971
0 reacties:
Een reactie plaatsen